Concentratie

Wat is een ruimtelijke concentratie?

    De Regiomonitor Groot Amsterdam brengt op 3 niveaus gebiedseenheden thematisch in beeld: cbs-wijken, cbs-buurten en ruimtelijke concentraties.
    Ruimtelijke concentraties zijn veranderlijke gebieden die door berekening ontstaan uit samenvoegingen van postcodes.

    De procedure voor de berekening van ruimtelijke concentraties is als volgt.
    Beschouw op een bepaald tijdstip een kenmerk, bijvoorbeeld het percentage 12-17 jarigen ten opzichte van een basis, bijvoorbeeld alle inwoners.
    Neem op een bepaald ruimtelijk niveau (wijken of buurten of postcodes) het totale aantal gebiedseenheden van dat niveau in een gemeente (voor een lokale monitor) of in de regio (voor de regiomonitor) en bereken het gemiddeld aantal eenheden van de basis (inwoners, huishoudens, woningen, etc.) per gebiedseenheid (N).
    Bepaal het percentage (P) dat in de hele gemeente of in de hele regio het kenmerk heeft. Het percentage dat in de gemeente of in de regio niet het kenmerk heeft (Q) is dan Q = 100 – P. De binomiale standaarddeviatie van het kenmerk in de gemeente of in de regio is dan √(P*Q/N).
    De norm relatief veel wordt vervolgens vastgesteld als meer dan P + 2 binomiale standaarddeviaties (voor enkele kenmerken, waar een deelbasis gebruikt wordt, wordt meer dan P + 1 binomiale standdaarddeviatie als norm gebruikt).

    Voor cbs-wijken en cbs-buurten wordt de norm relatief veel alleen gebruikt om de gebiedenkaart in eerste instantie thematisch in  2 klassen in te kleuren: gebieden waar het kenmerk relatief veel aanwezig is en gebieden die de norm relatief veel niet halen.

    Bij postcode gegevens wordt nog een GIS-procedure toegepast om tot ruimtelijke concentraties te komen: de postcodegebiedjes die voldoen aan het criterium relatief veel en dicht bij elkaar in de buurt liggen worden samengevoegd tot een nieuwe ruimtelijke eenheid, een ruimtelijke concentratie. Voor zo’n ruimtelijke concentratie worden aantal en percentage van de eenheden die het kenmerk bezitten opnieuw uitgerekend. Omdat er tot de nieuwe ruimtelijke eenheid ook wel eens postcodes kunnen behoren die het criterium niet haalden kan soms in een ruimtelijke concentratie het percentage onder de norm van relatief veel liggen. Dit doet zich bijvoorbeeld voor bij hoogbouwcomplexen met meerdere postcodes.
    In eerste instantie worden daarom ruimtelijke concentraties in 2 klassen ingekleurd: onder de norm en boven de norm.

    Merk op dat de norm relatief veel niet alleen afhangt van het gekozen kenmerk en tijdstip, maar ook van het gekozen studiegebied: voor een lokale monitor (een gemeente) als studiegebied is de norm anders dan voor de gehele regio als studiegebied. Men kan met de regiomonitor dus kiezen om met een lokale blik of met een regionale blik naar een kenmerk kijken.